Mind Body Medicine
 
 
 
 
 
 
Doelgroepen: Infertiliteit Programma
mindbody.be
 
Infertiliteit Programma
Onderzoek heeft aangetoond dat vrouwen met fertiliteitproblemen meer last hebben van depressie, angst, eenzaamheid en boosheid. Volgens sommige onderzoekers dragen deze emoties bij tot het onvruchtbaarheidsprobleem.

Onvruchtbaarheid heeft ook een significant effect op:
- relatie met echtgenoot, familie en vrienden
- seksualiteit
- werk en financiŰn
- religie/spirituele overtuigingen

Het programma is een ideale gelegenheid om met deze moeilijkheden te leren omgaan en de geassocieerde stress te verminderen.


Doelen van het programma

- Gevoel van controle en welzijn
- Het maken van ge´nformeerde beslissingen
- Het verminderen/leren omgaan met fysieke symptomen zoals insomnia, vermoeidheid, hoofdpijn, buikpijn
- Het identificeren van factoren of situaties zoals levensstijl, dieet, stress of lichamelijke spanning die rechtstreeks de gezondheid be´nvloeden
- Vaardigheden ontwikkelen die de behandeling van infertiliteit verzachten


Voor wie?
- Alle vrouwen die problemen hebben om zwanger te worden, ook i.g.v. IVF.


Formaat
12 weken 2 Ż uur per week voor vrouwen (of 10 weken en 1 dag)
Weekends voor koppels

Research:
Een aantal studies hebben aangetoond dat psychologische symptomen zoals depressie en angst kunnen bijdragen tot onvruchtbaarheid. Sommige wetenschappers denken dat deze gevoelens van angst en depressie het resultaat zijn van onvruchtbaarheid. In ieder geval is een vermindering van stress en spanning zeker aangewezen.

Recent onderzoek heeft aangetoond dat vrouwen die deelnamen aan een psychologische interventiegroep een significant groter aantal zwangerschappen had vergeleken met vrouwen die niet deelnamen aan een psychologische interventiegroep.
(Fertility and sterility Vol. 73 n░4 April 2000)

Infertiele vrouwen die sedert 2 jaar zwanger willen worden, tonen minder depressie, angst en kwaadheid en een conceptie van 42% , 6 maanden na de start van het programma.
(Journal of American Medical Women's Association Volume 54, 196-198, 1999)

Meer research